Strafrechtadvocaat schending ambtsgeheim
Wordt u verdacht van schending van ambtsgeheim? Dan kan dat verstrekkende gevolgen hebben. Naast een strafrechtelijke vervolging kunnen ook uw baan, reputatie en toekomstperspectief op het spel staan. Juist daarom is het belangrijk om zo snel mogelijk een advocaat schending ambtsgeheim in te schakelen die gespecialiseerd is in het strafrecht.
Als ambtenaar, politiefunctionaris of andere functionaris met een geheimhoudingsplicht beschikt u uit hoofde van uw functie over vertrouwelijke informatie. Wanneer het Openbaar Ministerie meent dat u deze informatie onrechtmatig heeft gedeeld, kunt u worden vervolgd op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.
Advocaat schending ambtsgeheim: deskundige strafrechtelijke bijstand
Bij Van Meekren Advocatuur ontvangt u deskundige en betrokken rechtsbijstand vanaf het eerste moment dat u als verdachte in beeld bent. Wij hebben ruime ervaring in het strafrecht en het strafproces.
Een advocaat schending ambtsgeheim kan onder meer:
u bijstaan tijdens een politieverhoor;
het strafdossier opvragen en analyseren;
ontlastend bewijs verzamelen;
getuigen laten horen bij de rechter-commissaris of tijdens de zitting;
namens u verweer voeren bij de rechtbank;
procederen in hoger beroep of cassatie wanneer dat nodig is.
Hoe eerder wij bij uw zaak worden betrokken, hoe groter de mogelijkheden om uw belangen effectief te beschermen.
Bent u op zoek naar een advocaat schending ambtsgeheim? Neem dan vrijblijvend contact met ons op via het onderstaande contactformulier.
Ik word verdacht van schending van ambtsgeheim
Bent u als verdachte gehoord of bent u uitgenodigd voor een politieverhoor? Wacht dan niet af.
Een eerste verklaring kan van grote invloed zijn op het verdere verloop van de strafzaak. Door tijdig een gespecialiseerde advocaat in te schakelen, voorkomt u dat u onbedoeld uw eigen positie schaadt.
Van Meekren Advocatuur staat u gedurende het gehele strafproces bij en zorgt ervoor dat uw rechten optimaal worden gewaarborgd.
Meer informatie over schending ambtsgeheim
-
Schending van ambtsgeheim is strafbaar gesteld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel bepaalt:
“Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie.”
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het schenden van een geheim in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander, die tot kennisneming daarvan onbevoegd is. De wijze waarop dit gebeurt is niet relevant.
-
Voor een veroordeling wegens schending van ambtsgeheim moet onder meer het volgende worden vastgesteld:
Er is sprake van een geheim: Een geheim is informatie die niet voor openbaarmaking is bestemd. Daarbij is niet alleen de inhoud van de informatie van belang, maar ook de context waarin de informatie is verkregen. Zo kan informatie die later openbaar wordt, op het moment van verstrekking toch nog een geheim zijn.
Er rustte een geheimhoudingsplicht op de verdachte: Op de verdachte moet een geheimhoudingsplicht rusten uit hoofde van ambt, beroep of wettelijke voorschrift. Vereist is verder dat betrokkene wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat op hem/haar een geheimhoudingsplicht rust.
De verdachte heeft opzettelijk dat geheim geschonden: Voor opzet is voldoende dat de verdachte zich ervan bewust was dat vertrouwelijke informatie werd verstrekt aan iemand die daarvan geen kennis mocht nemen. Niet vereist is dat de verdachte de bedoeling had om schade te veroorzaken.
-
Een voorbeeld van schending van ambtsgeheim is de zaak waarover de Hoge Raad op 13 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:32) heeft geoordeeld – dit is de zaak van Aad de Mos. Hij had bij zijn ambtsaanvaarding een eed afgelegd die onder meer geheimhouding van vertrouwelijke gegevens omvatte. Ondanks die eed stuurde hij stukken die hem onder geheimhouding waren verstrekt, via zijn ambtelijke e-mail door aan een derde.
In cassatie voerde de verdediging onder andere aan dat van ‘enig geheim’ in de zin van artikel 272 Sr alleen sprake kan zijn als de geheimhoudingsplicht volgt uit een wettelijke bepaling. De Hoge Raad verwierp dit standpunt: een geheimhoudingsverplichting kan ook voortvloeien uit een ambt of beroep, zonder dar daarvoor een specifieke wettelijke grondslag nodig is.
Cliënten aan het woord
“Bram is professioneel, enthousiast om te helpen, betrokken en transparant geweest. Aanbevolen!“
Cliënt, juli 2024
“Bram Horenblas is een top advocaat ! Hij luistert ontzettend goed en legt alles goed en duidelijk aan je uit. De heer Horenblas is heel erg vriendelijk en verstandige/intelligente advocaat die zich ontzettend goed voorbereid. De heer Horenblas ging echt door het vuur voor mij en wilde koste wat het koste deze zaak winnen. Hij is erg toegewijd, deskundig en snel. Hij zoekt alles tot in de puntjes uit en is erg nauwkeurig wanneer hij mij als klant verdedigt.“
Cliënt, mei 2024
“Topadvocaat! De heer Horenblas gaat echt door het vuur voor zijn cliënten. Toegewijd, deskundig en snel. Hij zoekt alles tot in de puntjes uit.“
Cliënt, april 2024
Direct contact
Op zoek naar een advocaat schending ambtsgeheim? Neem vrijblijvend contact met ons via het contactformulier. Wij reageren in principe binnen één werkdag.