Advocaat huiszoeking: wat zijn uw rechten?
Een doorzoeking in de woning kan een flinke impact hebben op uw gevoel van privacy. Gelukkig mag dat alleen onder bepaalde omstandigheden. Hoofdregel is dat een dergelijke doorzoeking alleen plaatsvindt onder leiding van een rechter-commissaris en nadat een officier van justitie daarom heeft gevraagd, maar er zijn uitzonderingen.
In dit artikel lichten we toe welke bevoegdheden opsporingsinstanties hebben en onder welke omstandigheden en wanneer een doorzoeking in de woning is toegestaan. Ook geven we enkele praktische tips mee voor het geval de politie een keer bij u op de stoep staat.
Wat is het verschil tussen binnentreden, zoekend rondkijken en doorzoeken?
Het Nederlandse recht maakt onderscheid tussen de bevoegdheid om een woning te betreden, en die vervolgens ook daadwerkelijk te doorzoeken. De lat voor binnentreden ligt doorgaans lager. Zo mag een opsporingsambtenaar onder omstandigheden een woning al betreden met (slechts) een machtiging van de officier van justitie of de hulpofficier van justitie (artikel 94 Sv en artikel 2 en 3 Awbi), dan wel na toestemming van de bewoner. Een daadwerkelijke doorzoeking daarentegen vindt doorgaans plaats onder leiding van de rechter-commissaris (artikel 110 Sv). Hij zal er dan ook (telefonisch of fysiek) bij aanwezig zijn.
Mag iemand binnentreden, dan mag hij of zij ook ‘zoekend rondkijken’, zo volgt uit de jurisprudentie. Het openen van deuren is daaronder begrepen, het openen van kasten en het lostrekken van een afvoerpijp niet meer (zie het afvoerpijparrest). Het openen van een glazen ovendeur, waarbij de verbalisant al voor het openen kon zien wat er in de oven lag, viel dan weer (nog net) onder bevoegdheid tot zoekend rondkijken, zo blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad.
Handelingen die verder gaan dan zoekend rondkijken, zijn alleen rechtmatig als de persoon in kwestie bevoegd is om het huis te doorzoeken. Zoals gezegd, daarvoor gelden doorgaans hogere eisen.
Wat zijn de voorwaarden voor een huiszoeking?
De hoofdregel voor een huiszoeking is beschreven in artikel 110 Sv: de officier van justitie moet zich eerst wenden tot de rechter-commissaris. De rechter-commissaris is geen onderdeel van het onderzoeksteam, maar onderdeel van de rechterlijke macht. Hij/zij wordt daarmee geacht onafhankelijk te zijn. Als ook de rechter-commissaris van oordeel is dat de zaak zich leent voor een huiszoeking, pas dan kan die huiszoeking plaatsvinden. Dat gebeurt dan ook nog eens onder leiding van die rechter-commissaris. Dat kan door fysieke aanwezigheid, maar het is ook voldoende als hij de doorzoeking telefonisch leidt (zie hier een voorbeeld uit de jurisprudentie waarin de rechtbank die werkwijze correct achtte).
Op de hoofdregel bestaan wel uitzonderingen. Zo mag men bijvoorbeeld eerder binnentreden bij ontdekking op heterdaad. Ook gelden er lagere eisen voor een doorzoeking als het vermoeden bestaat dat er wapens of munitie in de woning liggen. Verder maakt de wet onderscheid tussen het doel van het binnentreden of het doorzoeken: er gelden lichtere eisen als dit gebeurt ter aanhouding van de verdachte, dan als dat gebeurt ter inbeslagname. Denk bij dat eerste aan een arrestatie met een arrestatieteam; dat laatste past beter de lekenterm van ‘huiszoeking’.
Bij het bepalen wat de politie, het openbaar ministerie of de rechter-commissaris wel of niet mogen, is het van belang te beoordelen op basis van welke wettelijke grondslag zij opereren. In de onderstaande tabel zijn verschillende bevoegdheden weergegeven die betrekking hebben op een (huis)zoeking. Verder is aangeduid wat ze mogen, onder welke voorwaarden en wie bevoegd is de desbetreffende bevoegdheid in te roepen.
| Ter aanhouding | ||||
|---|---|---|---|---|
| Grondslag | Inhoud | Bevoegdheid | Eisen | Wie? |
| 55 lid 1 Sv | Betreden iedere plaats ter aanhouding, m.u.w. woning | Zoekend rondkijken | Ontdekking op heterdaad van een misdrijf | Een ieder |
| 55 lid 2 Sv | Betreden iedere plaats ter aanhouding | Zoekend rondkijken | Bij aanhouding buiten heterdaad: aanhoudingsbevel OvJ (art. 54 Sv) . Bij aanhouding in woning: machtiging van de (hulp)officier van justitie (artikel 2 en 3 Awbi) of toestemming van de bewoner | Opsporingsambtenaar |
| 55a Sv | Doorzoeking iedere plaats ter aanhouding | Doorzoeken | Ontdekking op heterdaad; of -feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en -machtiging van de officier van justitie, behoudens dringende noodzakelijkheid | Opsporingsambtenaar |
| Ter inbeslagname: | ||||
| Grondslag | Inhoud | Bevoegdheid | Eisen | Wie? |
| 96 Sv | Betreden iedere plaats ter inbeslagname | Zoekend rondkijken & situatie bevriezen | Ontdekking op heterdaad; of -feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Bij binnentreden woning: machtiging van de (hulp)officier van justitie (artikel 2 en 3 Awbi) of toestemming van de bewoner | Opsporingsambtenaren |
| 96c Sv | Elke plaats, m.u.v. woning en m.u.v. kantoor verschoningsgrechtigden | Doorzoeken | Ontdekking op heterdaad; of -het feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten | Officier van justitie; en hulpofficier van justitie, bij dringende noodzakelijkheid en indien optreden van de OvJ niet kan worden afgewacht |
| 97 Sv | Doorzoeken woning door (hulp)officier van justitie | Doorzoeken | Ontdekking op heterdaad; of -feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten | (Hulp)officier van justitie bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de rechter-commissaris niet kan worden afgewacht |
| 110 Sv | Doorzoeken woning door rechter-commissaris | Doorzoeken | Op vordering van de officier van justitie | Rechter-commissaris, in bijzijn van (hulp)officier, eventueel vergezeld door hem aangewezen personen (lees: politieagenten) |
| Bijzondere regelingen: | ||||
| Grondslag | Inhoud | Bevoegdheid | Eisen | Wie? |
| 9 Opiumwet | Toegang tot vervoermiddelen (ook woongedeelte),en tot plaatsen | Zoekend rondkijken | Redelijke verdenking overtreding Opiumwet. Bij binnentreding woning: machtiging van de (hulp)officier van justitie (artikel 2 en 3 Awbi) of toestemming van de bewoner | Opsporingsambtenaren |
| 49 Wet Wapens en Munitie | Doorzoeking alle plaatsen | Doorzoeken | Redelijk vermoeden dat wapens of munitie aanwezig is. Bij doorzoeking woning: machtiging van de (hulp)officier van justitie (artikel 2 en 3 Awbi) of toestemming van de bewoner | Opsporingsambtenaren |
| 20 Wet Economische Delicten | Toegang tot elke plaats | Zoeken rondkijken | Redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is, in het belang van opsporing. Bij binnentreding woning: machtiging van de (hulp)officier van justitie (artikel 2 en 3 Awbi) of toestemming van de bewoner | Opsporingsambtenaren |
Geldt een identificatieplicht bij een huiszoeking?
Ja, is het korte antwoord. In principe is diegene die is belast met de opsporing van strafbare feiten of enig ander onderzoek verplicht zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden. Indien twee of meer personen voor hetzelfde doel in een woning binnentreden, rusten deze verplichtingen slechts op degene die bij het binnentreden de leiding heeft (art. 1 lid 1 Awbi). Hierop bestaan wel een uitzondering, bijvoorbeeld bij ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen (art. 1 lid 2 Awbi).
Overige regels bij een huiszoeking
In de wet staan verder nog de volgende belangrijke regels bij een doorzoeking van de woning:
Van het binnentreden moet een verslag worden gemaakt. Een afschrift van dat verslag moet in principe binnen vier dagen aan de bewoner worden verzonden (art. 10 en 11 lid 2 Awbi).
In principe moet eerst aan de bewoner of een huisgenoot worden gevraagd om het relevante voorwerp vrijwillig af te geven, tenzij het belang van het onderzoek dat niet toestaat (art. 99 lid 1 Sv).
In principe moet de opsporende ambtenaar eerst de bewoner, huisgenoot of verdachte in staat stellen te verklaren “omtrent de ter plaatse inbeslaggenomen voorwerpen”, tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet (art. 99 lid 2 Sv.)
De verdachte mag zich tijdens de doorzoeking dor een advocaat laten bijstaan, maar dat mag niet tot vertraging leiden (art. 99a Sv).
Wat als de huiszoeking onrechtmatig was?
Als de opsporingsinstanties zich niet houden aan alle toepasselijke regels, kan sprake zijn van een vormverzuim in het strafrechtelijk onderzoek. Dat kan belangrijke gevolgen hebben voor de strafzaak. De rechter kan bijvoorbeeld:
het verzuim constateren zonder er gevolg aan te verbinden;
strafvermindering toepassen; of
bewijs uitsluiten;
het OM niet-ontvankelijk verklaren.
Welke gevolg aan een vormverzuim wordt toegekend, hangt af van de omstandigheden van het geval.
Wat te doen bij of na een huiszoeking?
Hoe nu te handelen bij een (dreigende) huiszoeking, of nadat uw huis daadwerkelijk is doorzocht? Graag geven we de volgende tips mee:
Wees terughoudend met het geven van toestemming. Is de politie eenmaal binnen, dan mogen ze vaak ook ‘zoekend rondkijken’.
Twijfelt u of het wel degelijke de politie is die op de stoep staat? Vraag hen dan zich te legitimeren.
Zijn er goederen van u in beslag genomen? Verzoek naderhand tot teruggave en/of stuur hierover een klachtschrift in bij de rechtbank. Een advocaat kan u hierin bijstaan.
Neem zo snel mogelijk contact op met een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Een strafrechtadvocaat kan u helpen bij het beoordelen van uw rechtspositie, u bijstaan in de strafzaak (indien die volgt) en zich namens u beklagen over de inbeslagname van goederen.
Meer weten? Neem dan contact met ons op via het onderstaande contactformulier.